Nijmegen
Home » * Jeugdzorg » Advies Meldpunt Kindermishandeling

Advies Meldpunt Kindermishandeling

Met de telefoon: 0900-1231230 (€0,05 per minuut)
Via internet: www.amk-nederland.nl

Sommige jeugdigen worden geslagen. Hun ouders kijken weinig naar hen om of doen hen steeds maar weer verdriet. Ook komt het voor dat kinderen seksueel misbruikt worden. Iedereen die zich zorgen maakt over dit soort problemen van een jeugdige kan dit melden bij het Advies & Meldpunt Kindermishandeling. Niet alleen leraren of huisartsen dus, maar ook buren, familieleden of een kennis.
Kinderen en jongeren kunnen ook over hun eigen situatie bellen naar het AMK.

Als je vermoedt dat een kind wordt mishandeld kun je het AMK om advies vragen of een melding doen.
Advies
Je kunt voor advies terecht bij het AMK om:
- Alles wat met kindermishandeling te maken heeft.
- Een inschatting te maken over de problemen van het kind.
- Te overleggen hoe je je vermoedens moet bespreken met de ouders.
- Te overleggen welke hulp je het kind of de ouders kunt bieden.
Het AMK kan je ondersteunen bij het aanpak van een vermoedelijke situatie van kindermishandeling.
Voor een adviesgesprek hoef je de naam van het kind en van het gezin niet te noemen. Het AMK legt geen persoonsgegevens van het gezin vast.
Na een adviesgesprek onderneemt het AMK geen actie in de richting van het kind of het gezin.
Samen met het AMK overleg je over de ernst van de situatie, wat de signalen zijn en wat het vervolgtraject kan zijn binnen je eigen mogelijkheden.
Niemand komt te weten dat je advies hebt gevraagd bij het AMK. Het AMK zal naar aanleiding van een advies geen actie ondernemen.
Je kunt meerdere malen overleggen met het AMK over hetzelfde kind. De aantekening van het gesprek worden door het AMK maximaal 1 jaar bewaard, zodat je later nog erover terug kunt bellen.
Samen met het AMK overleg je over de ernst van de situatie, wat de signalen zijn en wat het vervolgtraject kan zijn binnen je eigen mogelijkheden. Niemand komt te weten dat je advies hebt gevraagd bij het AMK. Het AMK zal naar aanleiding van een advies geen actie ondernemen. Je kunt meerdere malen overleggen met het AMK over hetzelfde kind. De aantekening van het gesprek worden door het AMK maximaal 1 jaar bewaard, zodat je later nog erover terug kunt bellen. 
Melding
Wanneer je zelf geen kans ziet om iets met je vermoedens van kindermishandeling te doen, dan kun je een melding bij het AMK doen. Iedereen die vermoedt dat een kind wordt mishandeld, verwaarloosd of seksueel misbruikt, heeft het recht om zijn vermoedens bij het AMK te melden. Na een geaccepteerde melding stelt het AMK een onderzoek in naar de gezinssituatie van het kind. Blijkt het kind inderdaad in de knel te zitten, dan organiseert het AMK hulp, zodat de situatie voor het kind verbeterd.
In ernstige gevallen kan het AMK de kindermishandeling melden aan de Raad voor de Kindermishandeling, zodat de procedure voor een kinderbeschermingsmaatregel in gang kan worden gezet. Het AMK doet dit alleen als hulpverlening niet voldoende wordt geacht om de situatie voor het kind te verbeteren of als de ouders niet bereid zijn om de noodzakelijke hulp te accepteren. Het AMK doet aangifte bij de politie als het AMK vermoedt dat een ernstig strafbaar feit is gepleegd en dat onderzoek van de politie noodzakelijk is voor de veiligheid van het kind.
Het AMK gaat na of het kind inderdaad verwaarloosd, mishandeld of misbruikt wordt. Daartoe gaat het AMK in gesprek met het kind, de ouders en met mensen in de omgeving van het kind, die betrouwbare informatie kunnen verstrekken. Zo wordt er overlegd met de huisarts, het consultatiebureau, de school en met andere beroepskrachten die contact hebben met het gezin. Beroepskrachten hebben het recht om - zonodig zonder toestemming van hun patiënt of cliënt - informatie aan het AMK te verstrekken, ook wanneer zij een beroepsgeheim hebben.
Op grond van deze informatie vormt het AMK zich een oordeel over de situatie en neemt een besluit over het vervolgtraject dat ingezet moet worden. Daarbij zijn er de volgende mogelijkheden:

  • Hulpverlening: het overdragen van het gezin naar een of meerdere vormen van hulpverlening of behandeling.
  • Bescherming: het overdragen van het gezin aan de Raad voor de Kinderbescherming om aan de kinderechter een verzoek voor te leggen voor het treffen van een kinderbeschermingsmaatregel.
  • Strafrechtelijke vervolging: het doen van aangifte bij de politie indien de veiligheid van het kind of de ernst van de gemelde feiten daar aanleiding toe geeft.

Het AMK probeert in de meeste gevallen samen met de ouders geschikte hulp te vinden. Wanneer de hulp voor ouders en kind(eren) op gang is gebracht, draagt het AMK het over aan de betreffende hulpverleningsinstantie en sluit af. Na de onderzoeksfase brengt het AMK u op de hoogte of ouders en kind hulp krijgen. U krijgt geen inhoudelijke informatie van het onderzoek, tenzij u wordt ingeschakeld bij de verdere hulpverlening.

Meldrecht en beroepsgeheim

 

Veel beroepskrachten hebben een geheimhoudingsplicht of een beroepsgeheim ten opzichte van hun cliënten. De Wet op de jeugdzorg geeft deze beroepskrachten echter in geval van een vermoeden van kindermishandeling een meldrecht. Dit meldrecht betekent dat (ook) alle beroepskrachten met een geheimhoudingsplicht -een arts, een hulpverlener, een geestelijke of een politiefunctionaris - het recht hebben om een vermoeden van kindermishandeling bij het AMK te melden. Voor deze melding hebben zij geen toestemming nodig van de ouders of het kind. Artsen doen er goed aan ook de ‘meldcode voor medici inzake kindermishandeling’ van de KNMG te raadplegen.
Uiteraard willen de ouders meestal weten van wie de melding afkomstig is en met welke informanten tijdens het onderzoek is gesproken. Ouders die niet te horen krijgen wie de melder is, steken vaak veel energie in het achterhalen van de identiteit van de melder. Mede daarom wil het AMK graag zo open mogelijk met meldingen omgaan. Soms is dat echter niet verstandig. Daarom hebt u op grond van wettelijke regels in onderstaande gevallen het recht om anoniem te blijven ten opzichte van het gezin. Bent u een beroepskracht die vanuit zijn functie met het gezin te maken heeft, zoals een docent, een huisarts of een maatschappelijk werker, dan kunt u alleen in bijzondere gevallen anoniem blijven. Namelijk alleen als bekendmaking van uw naam:
kinderen in het gezin, of een bedreiging vormt of kan vormen voor het kind of voor andere (minderjarige)
een bedreiging vormt of kan vormen voor u zelf of voor uw medewerkers, of
uw vertrouwensrelatie met het gezin verstoort of kan verstoren.